Bij wet is geregeld dat een werknemer in bepaalde situaties niet ontslagen mag worden. Er wordt dan gesproken over een ontslagbescherming of een ontslagverbod.

In de volgende situaties mag je als werknemer niet ontslagen worden:

  • Op grond van jouw godsdienst, levensovertuiging, ras, geslacht, nationaliteit (verbod op discriminatie).
  • Tijdens de eerste twee jaar dat je ziek, arbeidsongeschikt of arbeidsgehandicapt bent. In bepaalde gevallen kan je wél binnen deze eerste twee jaar ontslagen worden als je langdurig arbeidsongeschikt bent. Bijvoorbeeld als je volgens het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) niet of onvoldoende meewerkt aan jouw re-integratie, zoals het volgen van scholing, het aanvaarden van passend werk of het meewerken aan een plan van aanpak.
  • Omdat je zwanger of met bevallingsverlof bent.
  • Omdat je ouderschapsverlof wil opnemen.
  • Omdat je lid bent van de OR of een personeelsvertegenwoordiging.
  • Omdat je werkzaam bent als functionaris voor de gegevensbescherming van de Wet bescherming persoonsgegevens of als deskundig werknemer van de Arbeidsomstandighedenwet.
  • Omdat je lid bent van een bepaalde politieke organisatie.
  • Omdat je lid bent van een vakbond.
  • Als je ernstige gewetensbezwaren tegen je  (nieuwe) werkzaamheden hebt en de werkgever geen andere of aangepaste functie voor je heeft.
  • Als je als buitenlandse werknemer jouw dienstplicht moet vervullen in je land van herkomst.