Van de ontslagvolgorde moet afgeweken worden, wanneer de medewerker die voor ontslag in aanmerking komt een zwakke arbeidsmarktpositie heeft. Dit wil zeggen, degene heeft minder kans op ander werk dan een andere medewerker, die anders voor het ontslag in aanmerking zou komen. Wordt een dergelijke medewerker toch voorgedragen, dan kan de districtsmanager van het UWV WERKbedrijf (voorheen het CWI) op deze grond de vergunning weigeren.

Voor een medewerker die voor ontslag in aanmerking komt, hoeft de werkgever geen vergunning te vragen, als de werkgever aantoont dat deze medewerker dusdanige kennis of kunde heeft, dat zijn ontslag voor de organisatie te bezwaarlijk zou zijn. Dat is niet snel het geval voor een medewerker, die een uitwisselbare (vergelijkbare) of dezelfde functie bekleed. Het kan zich bijvoorbeeld voordoen, als het gaat om een potentiële opvolger van de leiding op een afdeling, in een vestiging of onderneming.