In het verleden werd de hoogte van de ontslagvergoeding in veel gevallen berekend via de kantonrechtersformule. Vanaf 1 juli 2015 is de ontslagvergoeding vervangen door de transitievergoeding. Toch zal de kantonrechtersformule in sommige gevallen nog altijd worden toegepast.

De kantonrechtersformule is de basis waarop kantonrechters de hoogte van de ontslagvergoeding bepaalden. Je kan deze formule ook gebruiken als uitgangspunt als je zelf gaat onderhandelen met de werkgever. De kantonrechtersformule wordt ook wel de ABC-formule genoemd.  In de kantonrechtersformule zijn drie factoren van invloed op de uitkomst. De hoogte van de ontslagvergoeding = A x B x C. A = aantal gewogen dienstjaren B = beloning C = correctiefactor

Let op: vanaf 1 juli 2015 maakt de ontslagvergoeding plaats voor de transitievergoeding.

Gewogen dienstjaren

Bij het vaststellen van de ontslagvergoeding wordt gekeken naar het aantal gewogen dienstjaren. Het aantal gewogen dienstjaren is dus niet hetzelfde als het daadwerkelijke aantal dienstjaren. Het aantal gewogen dienstjaren is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. Afhankelijk van deze leeftijd krijgen de dienstjaren een lichtere of zwaardere weging. Het aantal dienstjaren wordt afgerond op hele jaren. Een periode van zes maanden en een dag telt mee als een heel jaar. Per 1 januari 2009 geldt volgens de kantonrechtersformule een nieuwe weging van de dienstjaren:

  • t/m het 34e levensjaar krijg je een half maandsalaris per dienstjaar.
  • vanaf het 35e t/m het 44e levensjaar krijg je een maand per dienstjaar.
  • vanaf het 45e t/m het 54e levensjaar krijg je anderhalve maand per dienstjaar.
  • vanaf uw 55e levensjaar kun je op twee maandsalarissen per dienstjaar rekenen.

Een voorbeeld van een berekening van de gewogen dienstjaren bij een persoon van 53 jaar met een dienstverband van 19 jaar: A= (10×1 maandsalaris) + (9×1,5 maandsalaris) = 23,5 gewogen dienstjaren.

Beloning

Onder beloning wordt de maandelijkse bruto beloning van de werknemer verstaan. Die beloning bestaat uit het bruto maandloon en andere vaste looncomponenten, zoals:

  • vakantietoeslag;
  • dertiende maand;
  • structurele overwerkvergoeding;
  • vaste ploegentoeslag.

In uitzonderlijke gevallen kan de kantonrechter bepalen dat andere looncomponenten toch meegenomen worden bij het vaststellen van de beloning. Voorbeelden hiervan zijn:

  • auto van de zaak;
  • onkostenvergoeding;
  • tantième;
  • werkgeversaandeel in het pensioen;
  • een niet-structurele winstdeling;
  • opties en/of aandelen in de onderneming.

Correctiefactor

Als de verwijtbaarheid van het ontslag (sterk) bij de werkgever of werknemer ligt, is de kantonrechter geneigd de ontslagvergoeding aan te passen met een vermenigvuldigingsfactor. Die factor ligt doorgaans tussen de 0,5 (verwijtbaarheid werknemer) en 2 (sterke verwijtbaarheid werkgever). In veel gevallen is de ontbinding ‘neutraal’ en de vermenigvuldigingsfactor 1. Naast de verwijtbaarheid van de werknemer weegt de kans op de arbeidsmarkt en de leeftijd van de werknemer ook mee bij het bepalen van de correctiefactor.