Een werknemer die lid is van een Ondernemingsraad (OR) of een Personeelsvertegenwoordiging (PV) heeft in eerste instantie een wettelijke ontslagbescherming. Deze bescherming is door de overheid ingevoerd om te voorkomen, dat medewerkers ontslagen worden omdat zij OR-lid zijn. Een werknemer moet zijn functie in de OR of PV goed uit kunnen voeren zonder bang te zijn voor het verlies van zijn baan. De ontslagbescherming geldt tot 2 jaar na beëindiging van het lidmaatschap van de OR of PV.

Sommige werkgevers denken echter dat ontslag OR-lid geen optie is. De OR-leden zelf gaan er ook vaak van uit, dat zij volledige ontslagbescherming hebben. Toch is dit niet altijd het geval en ben je als OR-lid niet altijd beschermd tegen ontslag.

Wanneer geldt er géén ontslagbescherming?

Wanneer een werkgever de werknemer in zijn proeftijd of wegens een dringende reden ontslaat (ontslag op staande voet), dan is er geen ontslagbescherming. Deze bescherming ontbreekt ook wanneer de beëindiging van het contract met wederzijds goedvinden gebeurt. Mocht de onderneming of de afdeling waar het OR-lid werkt, sluiten, dan mag de werknemer ook gewoon ontslagen worden. In deze gevallen heeft het ontslag duidelijk niets te maken met het lidmaatschap van de werknemer van de OR of de PV.

Ontslag OR-lid

Om een werknemer die lid is van de OR of de PV te mogen ontslaan moet er sprake zijn van economische redenen. Hiervoor kan de werkgever een ontslagvergunning aanvragen bij het  UWV WERKbedrijf, het voormalige CWI. Een werkgever kan echter ook een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter. Een kantonrechter is niet gebonden aan de opzegverboden. Als de kantonrechter vaststelt dat het ontslag niets te maken heeft met het lidmaatschap van de OR of PV dan zal het contract ontbonden kunnen worden.

Ontslagbescherming geldt voor een werknemer die lid is (geweest) van of geplaatst is op een kandidatenlijst van een OR of PV. De bescherming gaat echter alleen op wanneer het gaat om een ontslag vanwege dit lidmaatschap.