Veel mensen denken dat een concurrentiebeding automatisch vervalt als een bedrijf failliet gaat. Dit is een misverstand. Wat er met het concurrentiebeding gebeurt is afhankelijk van de omstandigheden. Het belang voor een ontslagen werknemer om weer aan het werk te gaan is groot en er moet dus een goede reden zijn om het concurrentiebeding na een faillissement te handhaven.

Doorstart en concurrentiebeding

Wanneer er sprake is van een doorstart neemt een koper de onderneming over. In dit geval blijft vaak een beperkt aantal medewerkers in dienst. De meeste medewerkers worden door de curator ontslagen. De nieuwe koper van de onderneming heeft geen recht om het concurrentiebeding te handhaven. De curator kan, volgens de meeste uitspraken van kantonrechters, medewerkers wel aan het concurrentiebeding houden. De koper moet geen schade ondervinden doordat oude werknemers het concurrentiebeding schenden. Aangezien de koper een doorstart met de onderneming wil, moet dit wel kans op slagen hebben.

Belang werknemer

De werknemers hebben echter ook een belang. Zij moeten op zoek naar een nieuwe baan. Medewerkers zijn door het faillissement al behoorlijk benadeeld en er moet een goede reden zijn om medewerkers aan het concurrentiebeding te houden. Ieder geval zal apart bekeken worden en er moet een goede afweging worden gemaakt. Over het algemeen kan een curator enkel beroep doen op het behouden van het concurrentiebeding wanneer dit een voorwaarde is voor het slagen van de doorstart.