Voor het bepalen van de ontslagvolgorde bij ontslag om economische redenen wordt het afspiegelingsbeginsel toegepast. Wie er als eerste in aanmerking komt voor ontslag wordt via het afspiegelingsbeginsel bepaald.

Hoe werkt het afspiegelingsbeginsel?

Het afspiegelingsbeginsel is een verplichte methode, die bij ontslag om economische redenen wordt toegepast door de werkgever. De toetsing van dit afspiegelingsbeginsel wordt gedaan door het UWV. De werkgever moet alle werknemers in dezelfde functie (of nagenoeg dezelfde functie) indelen in leeftijdsgroepen. Dit zijn de volgende leeftijdsgroepen:

  • 15 jaar tot 25 jaar
  • 25 jaar tot 35 jaar
  • 35 jaar tot 45 jaar
  • 45 jaar tot 55 jaar
  • 55 jaar en ouder

Vervolgens moet de werkgever de ontslagen zo over de verschillende leeftijdsgroepen verdelen, dat de leeftijdsopbouw binnen het bedrijf ongeveer hetzelfde blijft als voor het ontslag. Binnen elke leeftijdsgroep geldt dat degene die er het laatste bij is gekomen er als eerste uit gaat.

Voorbeeld afspiegelingsbeginsel

Bij een telecombedrijf werken in totaal vijftien helpdeskmedewerkers. Het gaat niet goed met het bedrijf en er zullen mensen uit moeten. In totaal gaat het om vier medewerkers die er uit moeten om het bedrijf financieel gezond te houden. De werkgever moet deze medewerkers nu eerst verdelen over de vastgestelde leeftijdscategorieën.

  • 15 tot 25 jaar: 5 werknemers, percentage 33,3%
  • 25 tot 35 jaar: 5 werknemers, percentage 33,3%
  • 35 tot 45 jaar: 3 werknemers, percentage 20%
  • 45 tot 55 jaar: 2 werknemers, percentage 13,33%
  • 55 jaar en ouder: o werknemers, percentage 0%

Vervolgens moet de werkgever vaststellen hoeveel medewerkers hij per leeftijdsgroep moet ontslaan om de leeftijdsopbouw gelijk te houden. Dit kan de werkgever doen door het percentage medewerkers per leeftijdsgroep te vermenigvuldigen met het aantal mensen die hij wil ontslaan (in dit geval vier personen). Uitkomsten van 0,5 of hoger moeten naar boven worden afgerond.

  • 15 tot 25 jaar: 5 werknemers, percentage 33,3%, aantal ontslagen 1,33, afgerond 1
  • 25 tot 35 jaar: 5 werknemers, percentage 33,3%, aantal ontslagen 1,33, afgerond 1
  • 35 tot 45 jaar: 3 werknemers, percentage 20%, aantal ontslagen 0,80, afgerond 1
  • 45 tot 55 jaar: 2 werknemers, percentage 13,33%, aantal ontslagen 0,53, afgrond 1
  • 55 jaar en ouder: o werknemers, percentage 0%, aantal ontslagen 0, afgerond 0

In dit geval moet er in iedere leeftijdscategorie iemand worden ontslagen. De volgende stap voor de werkgever is om te bekijken wie er het laatste is bijgekomen. Vanaf dat moment geldt dus het “last in first out-principe”.

Wanneer hoeft het afspiegelingsbeginsel niet worden toegepast?

  • Wanneer het bedrijf gaat sluiten
  • Als er een unieke functie komt te vervallen
  • Als een complete functiegroep komt te vervallen

Afwijken van het afspiegelingsbeginsel

In sommige gevallen kan van het afspiegelingsbeginsel worden afgeweken.

  • Als een werknemer onmisbaar is
  • Bij een extra zwakke arbeidsmarktpositie (een minimale kans op de arbeidsmarkt)
  • Op grond van de hardheidsclausule

Flexibele arbeidskrachten

Voor het hele afspiegelingsbeginsel wordt toegepast zullen eerst de flexibele krachten moeten worden ontslagen. De eerste ontslagen vallen dus onder de uitzendkrachten, gedetacheerden en ingeleende werknemers. Hierna moeten de tijdelijke dienstverbanden worden opgezegd. Pas hierna komen de vaste werknemers aan de beurt.

Bezwaar maken tegen afspiegelingsbeginsel

De werkgever dient het ontslagverzoek met het afspiegelingsbeginsel in bij het UWV. Heb je twijfels over de toepassing van het afspiegelingsbeginsel of heb je het idee dat er fouten zijn gemaakt? Geef dit dan aan in jouw verweer bij het UWV. Het UWV zal dan meer aandacht besteden aan het afspiegelingsbeginsel.