Ouderschapsverlof geen reden voor ontbinding arbeidsovereenkomst. Een vertegenwoordigster wilde na afloop van haar zwangerschaps- en bevallingsverlof nog maar vier dagen per week werken. Haar werkgever wees dit verzoek echter af omdat hij vond dat voor haar functie een vijfdaagse werkweek noodzakelijk was. Daarop deelde de vertegenwoordigster hem mee dat zij aansluitend aan haar bevallingsverlof zes maanden ouderschapsverlof wenste op te nemen. In die periode wilde ze dan 32 uur in plaats van 40 uur gaan werken. Wat haar betrof zou na die periode dan kunnen worden bekeken of haar arbeidsuren op basis van de Wet Aanpassing Arbeidsduur structureel zou kunnen worden teruggebracht naar 32 uur. Enkele dagen voordat haar zwangerschapsverlof was afgelopen werd de vertegenwoordigster op non-actief gesteld. Bovendien diende de werkgever bij de kantonrechter een ontbindingsverzoek in. Reden: vanwege de slechte resultaten was besloten het aantal rayons en dus ook het aantal vertegenwoordigers terug te brengen van vijf naar vier. Omdat de rayons hierdoor werden vergroot, kon het werk niet in vier dagen worden gedaan.
De kantonrechter in Zwolle wil best aannemen dat de werkgever vanwege de slechte resultaten moest reorganiseren. Hij vindt echter dat de vertegenwoordigster op basis van het anciënniteitsbeginsel niet mag worden ontslagen. Dit beginsel kan ook niet worden doorbroken doordat de vertegenwoordigster gebruik wilde maken van haar wettelijk recht op ouderschapsverlof. Voorts is de kantonrechter het met de vertegenwoordigster eens dat het ouderschapsverlof kan worden gebruikt als een proefperiode. Blijkt in die periode dat parttime werken strijdig is met zwaarwegende bedrijfsbelangen van de werkgever, dan kan hij haar verzoek om aanpassing van de arbeidsduur alsnog gemotiveerd afwijzen. Wil de vertegenwoordigster dan toch niet meer dan vier dagen werken, dan rest haar niets anders dan ontslag te nemen.

Bron: rechtspraak.nl  LJN-nummer: AF9640  Zaaknr: 201995 HA VERZ 03-390P