Het salarisverschil tussen mannen en vrouwen die dezelfde werkzaamheden verrichten, is de afgelopen drie jaar met 3 procent afgenomen. Ondanks dat bedraagt het inkomensverschil echter nog altijd 17 procent. Dit blijkt uit cijfers van adviesbureau PwC.
Nederland is door het kleinere verschil in salaris gestegen op de Women in Work Index van PwC. Daarbij is ook gekeken hoeveel deeltijders er zijn en wat het percentage van de werkloosheid onder de vrouwen is. Nederland staat nu op de twaalfde in plaats van de zeventiende plek.

Bewust salarisbeleid

“Het salarisverschil is kleiner geworden doordat bedrijven er bewust beleid op zijn gaan voeren”, zo verklaart PwC. “Zo zijn bedrijven transparanter in de salarissen die ze betalen. Dat maakt het gemakkelijker voor vrouwen om een vergelijkbaar salaris te betalen.”

Veel deeltijders

Nederland doet het nog wel slechter dan veel andere landen. Het inkomensverschil tussen mannen en vrouwen op de PwC-lijst van ontwikkelde landen is 16 procent. Nederland kent overigens veel meer deeltijders. Een betere kinderopvang zou volgens het PwC kunnen helpen om vrouwen meer te laten werken. Maar het is ook een luxeprobleem. In Scandinavië kunnen gezinnen vaak niet rondkomen van anderhalf salaris. Hier in Nederland kan dat vaak wel.

Vrouwen aan de top

Steeds meer vrouwen in Nederland stromen door naar de top van het bedrijfsleven. Vorig jaar is er een quotum ingevoerd wat stelt dat in 2016 30 procent van het bestuur van grote bedrijven uit vrouwen moet bestaan. Het is echter niet bewezen dat dit ook de reden is dat steeds meer vrouwen in Nederland naar de top doorstromen.